Leiderschap 4.0

Ik weet niet hoe het u is vergaan de afgelopen week. Maar ik werd niet vrolijk van de berichten uit Davos, waar het World Economic Forum (WEF) zich boog over de wereldproblemen onder het motto Globalisering 4.0. Die problemen zijn er het afgelopen jaar niet kleiner op geworden. De aanpak van de klimaatproblematiek is terecht urgenter dan ooit. Het optimisme over de technologische vooruitgang lijkt verdwenen. Als klap op de vuurpijl zijn onze leiders ook nog eens pessimistischer over de toekomst dan vorig jaar. Reden genoeg om precies een week na ‘Blue Monday’ – volgens kenners de meest depressieve dag van het jaar – ook op deze vierde maandag in januari weer snel het dekbed over het hoofd te trekken.

‘De westerse wereld houdt onbewust sterk vast aan het stereotype van de sterke leider’

Gelukkig waren er in de discussies in Davos ook lichtpuntjes. We moeten van een perspectief waarin productie en consumptie centraal staan naar ‘sharing and caring’, las ik in een van de verslagen. Welvaart delen en zorgen voor het milieu. Een totaal ander perspectief dan dat van waaruit de wereld de afgelopen decennia is geleid. New York Times-columnist Anand Giridharadas lijkt er weinig vertrouwen in te hebben dat de huidige wereldleiders ons uit de woestijn van productie en consumptie gaan leiden. Hij noemt het WEF een familiereünie van mensen die de wereld eerst ten gronde hebben gericht.

Het gaat natuurlijk te ver om de in Davos aanwezige leiders allemaal op deze manier te diskwalificeren. Maar de vraag met welke leiders we de zo noodzakelijke koerswijziging echt kunnen realiseren, is terecht. De wereldproblemen vragen niet alleen een nieuw perspectief op economische groei, maar ook een nieuwe blik op leiderschap. En dat zal niet vanzelf gaan.

Onderzoek naar leiderschap laat zien dat we in de westerse wereld onbewust sterk vasthouden aan het stereotype van de sterke leider: uitgesproken, charismatisch en dominant. Dat we ons beeld van wat een goede leider is niet zo gemakkelijk bijstellen, blijkt bijvoorbeeld uit wat wel wordt genoemd het ‘bamboo ceiling’-probleem. Aziatische medewerkers schoppen het in Aziatische vestigingen van westerse multinationals nauwelijks tot de absolute top. De reden? Typisch Aziatische eigenschappen, zoals bescheidenheid en het voorop stellen van het collectief, passen niet in ons beeld van een goede leider. Daarmee gaan talenten en nieuwe perspectieven verloren.

De vraag welke eigenschappen de nieuwe wereldleiders nodig hebben is niet zomaar te beantwoorden. Maar een ding is zeker: als je zoekt wat je altijd zocht, krijg je wat je altijd kreeg. En dat geldt ook voor leiderschap.

Femke de Vries is managing partner bij &samhoud, bijzonder hoogleraar toezicht aan de Rijksuniversiteit Groningen en oud-bestuurslid van toezichthouder AFM. Reageer via columnist@fd.nl.

Deze column is oorspronkelijk verschenen in het Financieel Dagblad en is voor FD-abonnees ook te lezen via https://fd.nl/auteur/femke-de-vries.